Shutka (Šutka, Šuto Orizari), Skopje, Macedonië
Шуткo, (Шутo Opизapи), Cкoпje, Maкeдoниja
7/9 September 2007
Click here for an ENGLISH TRANSLATION of this article…
Klik hier voor de foto’s uit Shutka…
Klik hier voor het Shutka filmpje…
Klik hier voor de video van Mladi Kristali…
Klik hier voor foto’s uit Shutka uit 2004…
Shuto Orizari, of Shutka, is een bijzonder levendig zigeunerghetto aan de noordrand van Skopje in Macedonië. Na een aardbeving in 1963 werd de complete Roma bevolking van Skopje ‘vrijwillig gedeporteerd’ naar Shutka, geheel in stijl met de communistische trend in Oost Europa om de Roma in ghetto’s naar de rand van de stad te verplaatsen. Het is nu waarschijnlijk de grootste zigeuner-enclave in Europa, er wonen minimaal 20.000 Roma, maar de bewoners zelf houden het op 50.000 inwoners. Shutka is niet louter een favela-type-sloppenwijk zoals de in Shutka opgenomen speelfilm van Kusturica, “Time of the Gypsies / Dom za Vešanje”, moet doen geloven, maar meer een echt dorp, dat uiteindelijk opgeslokt zal worden door het uitdijende Skopje. Zo heeft Shutka toch ook wat rijkere bewoners, getuige de soms dure auto’s en betere huizen, de wijk is voorzien van electriciteit en riolering, er is een Roma school met 1900 leerlingen, en het dorp wordt geleid door een Rom-burgemeester.
De wijk wordt bevolkt door hartelijke mensen, je wordt meer dan eens bij hen thuis uitgenodigd, en getrakteerd op een kop koffie of zelfs een maaltijd. En de kans dat je een uur naar familie- en bruiloftsfoto’s zit te kijken is in zo’n situatie niet denkbeeldig. Er worden hier in de zomer om de haverklap bruiloften gehouden, en die worden onveranderlijk opgeluisterd door een Zurla-Tapan muziekensemble dat de overige bewoners met succes uit hun slaap houdt…
(Even tussendoor: een veel mooiere beschrijving van Shutka kun je op de website van Garth Cartwright en die van Joyce van Belkom vinden)
In Skopje wordt iedere week een rommelmarkt gehouden, waar de Roma waardeloze oude troep verhandelen die hoogstwaarschijnlijk van de vuilnisbelt afkomstig is. Op deze rommelmarkt ontmoet ik Afrim, die mij in gebrekkig Duits iets probeert te vertellen over de regio Izbegliča in Kosovo waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Zijn huis werd daar door Albanese Kosovaren platgebrand, waardoor hij naar Shutka moest vluchten. Hij vertelt mij ook dat hij een “Egjiptian” is en daarom niet vrijuit kan spreken op die markt – iets waar ik later meer informatie over zou krijgen. Daarom nodigt hij ons uit een bezoek te brengen aan het huis van z’n broer, Ragip, in Shutka.
Met de plattegrond die Afrim voor mij had getekend in de hand vinden we het huis van Ragip, waar wij hartelijk worden verwelkomd. Ook hij doet zijn uiterste best om in gebrekkig Duits en Engels, en vloeiend Servisch (wat ik dus niet versta) uit te leggen wie hij is en waar hij vandaan komt: Ragip en zijn familie woonden vroeger in Kosovo, maar werden acht jaar geleden samen met duizenden andere Roma, Ashkali en Egjiptians, allen beschouwd als “Zigeuners”, gevlucht en gedeporteerd naar buurlanden Macedonië en Servië.
Kosovo bestaat uit 90% etnische Albanezen en 10% Serven, maar Kosovo wordt door de Serven beschouwd als de bakermat van Servië, reden waarom het Joegoslavische regime in 1997 heeft geprobeerd om door middel van een militair offensief Albanese bevrijdingsleger uit te schakelen, en meteen ook maar van de gelegenheid gebruik hebben gemaakt om wat etnische zuiveringen tegen de Albanese meerderheid in gang te zetten. De NATO dwong daarna in ’99 Servië op de knieën door middel van bombardementen, waarop de Albanese Kosovaren hun kans schoon zagen en op hun beurt meteen de regio van Serviërs probeerden te zuiveren. De Roma in Kosovo werden ervan beschuldigd te heulen met de Serven, en om die reden werden Ragip en zijn familie vlak na de Kosovo oorlog gedeporteerd naar Shutka, nadat hun huis was platgebrand door Albanese Kosovaren.
Ragip, die ergens in de vijftig jaar oud is, lijkt me een intelligente man, die in Kosovo een beter leven had dan nu in Shutka – en zit nu dus sinds acht jaar behoorlijk in de penarie. Hij is voortdurend in de weer met vluchtelingen-pasjes e.d. , om de vluchtelingenstatus die de familie inmiddels heeft zoveel mogelijk te benutten en te proberen zijn kinderen het land uit te krijgen naar West-Europa, in de hoop dat zij in ieder geval een beter leven zullen hebben. De Macedonische regering is deze mensen liever kwijt dan rijk, getuige het verhaal van Dzavit (link) (Ragip’s zoon) die momenteel werkzaam is bij het European Roma Rights Center in Budapest. Naar Kosovo zullen zij waarschijnlijk nooit meer kunnen terugkeren.
Ragip laat ook geen moment onbetuigd om ons ervan te doordringen dat hij beslist géén Rom-zigeuner is, maar een Egjiptian, een Albanese term voor “Balkan Egyptian”. Hij vertelt dat Balkan Egyptenaren geen voorouders hebben die afkomstig zijn uit India, zoals alle andere Roma, maar van de Egyptenaren afstammen. Zij werden vroeger beschouwd als onderdeel van de Roma nationaliteit, maar worden tegenwoordig erkend als een aparte etnische groep. Toch is wetenschappelijk bewijs voor hun afkomst moeilijk te vinden, maar Ragip doet zijn best door te vertellen dat de Macedonische vlag, met daarop de zon in het midden, een verwijzing is naar Ra, de Egyptische zonnegod; Op een Macedonisch geldbriefje is een, volgens hem Egyptisch, beeld afgebeeld; Hij laat mij een boek zien met daarin een onduidelijke zwart-wit foto van een skelet dat in Ohrid is gevonden, en dat skelet zou een Egyptenaar geweest zijn… Ik ben niet overtuigd, maar toch: wat de Egjiptians in ieder geval zeker onderscheidt van de andere Roma in Shutka is dat ze geen Romani spreken, maar Albanees, en dat ze bidden in het Arabisch. Verder kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Ragip en familie toch meer Arabische dan Hindoestaanse gelaatstrekken hebben, voorzover ik dat kan beoordelen tenminste…
Wat de Egjiptians nog meer onderscheidt van de rest is dat de meesten van hen in Shutka onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven, in een straatje dat opgetrokken is uit afvalhout en golfplaten. Ragip wijst ons op deze ‘Mahala in de Mahala’, en mompelt hoofdschuddend ‘katastrofe… katastrofe…’. Hij en z’n familie hebben het in ieder geval relatief beter getroffen, hoewel hij voor zijn huis in Shutka meer huur moet betalen dan een ‘echte Rom’. Balkan Egyptenaren worden een stevig potje gediscrimineerd door sommige Roma, en door hen ‘Magjup’ genoemd – een term die een negatieve bijklank heeft. Dzavit legt mij later ook uit waarom Afrim de dag ervoor niet vrijuit kon spreken op de rommelmarkt. Als de Roma op die markt in de gaten zouden krijgen dat Afrim een Egjiptian is, zou hij grote kans lopen om afgetuigd te worden door diezelfde Roma.
Update: later vernam ik dat Ragip met z’n familie verhuisd was naar een ander deel van Skopje in verband met de dagelijkse discriminatie waar ze in Shutka mee te kampen hadden.
Gedurende mijn verblijf in Skopje/Shutka wordt het me duidelijk dat de veiligheidssituatie in Macedonië nog wel wat te wensen overlaat. Tijdens een busrit naar Shutka knalt er een auto bijna frontaal op de krakkemikkige stadsbus waar wij inzitten. Tijdens een vorig kort bezoek aan Skopje was ik er getuige van hoe een auto van de weg raakte en op het trottoir tussen de voetgangers belandde. Later zien we in Shutka een begrafenisstoet langstrekken, enkel bestaande uit mannen. Als wij er achteraan willen gaan probeert een kleine jongen ons door middel van schietgebaren en -geluiden te waarschuwen dat we daar beter niet heen kunnen gaan – vermoedelijk werd de overledene het slachtoffer van een schietpartij.
Nog wat later tijdens een tweede bezoek aan Ragip horen wij van een jongen die goed Engels spreekt dat er de vorige avond in een internet café in downtown Skopje iemand uit z’n dak is gegaan en met een pistool in de rondte heeft lopen schieten. Vervolgens vertelt Ragip ons dat er in Kumanovo, dertig kilometer ten noorden van Skopje, drie Macedonische politiemannen in hun auto van de weg zijn geschoten door militante Albanezen. Als gevolg daarvan is één politieman overleden, een ander ligt in coma, en de derde raakte lichtgewond. Elvis Bunjaku, bij wie wij op de koffie worden uitgenodigd, laat een schotwond in z’n rug zien die hij in Albanië heeft opgelopen. En aan de grens van Macedonië naar Servië zien we grote stickers met daarop een afbeelding van een automatisch geweer met rode streep er door. Verboden om kalasnjikovs te vervoeren… Zoveel incidenten in zo’n korte tijd maken wel duidelijk dat het wapenbezit in Macedonië nog een behoorlijk probleem moet zijn. Het schijnt dat hier zo’n beetje iedereen een wapen bezit, en de regering probeert wel door middel van campagnes om mensen zover te krijgen dat men z’n wapens inlevert, maar in zo’n instabiele regio lijkt het me dat men z’n ‘gun’ niet zomaar zal afstaan aan de staat. Overigens wordt in beslag genomen wapentuig uit ex-Joegoslavië tegenwoordig verkocht aan Afrikaanse landen…
Klik hier voor de foto’s uit Shutka…
Klik hier voor het Shutka filmpje…


Reacties:
Hoi,
Leuk om het verslag te lezen en de foto’s uit Shutka te bewonderen.
Zelf woon ik samen met mijn man en kinderen in de wijk Shutka. Het verhaal en de foto’s zijn dus erg herkenbaar.
Mijn man is Roma en heeft in Macedonie zijn eigen bedrijf. Ik heb mijn eigen organisatie opgezet en help kansarme roma gezinnen in Shutka. Zie ook onze website. Gr. Miranda
Plaats een reactie