Magyar dorpjes in Roemenië

Klik hier voor de fotoserie

Roemenië, Hongaarse dorpen in de omgeving van Cluj-Napoca

15 t/m 17 Augustus 2007

Klik hier voor de fotoserie…

Cluj-Napoca, in Noordwest-Roemenië, was eens de hoofdstad van het (Austro-)Hongaarse rijk. Nog steeds wonen in de streek rondom Cluj veel Hongaren, met name in het dorpje Sic (Hongaars: Szék) waar de bevolking nog voor 96% uit Hongaren bestaat. Men loopt hier nog in traditionele kledij rond, van het soort dat verder alleen nog in Hongaarse musea te bezichtigen is. Het lijkt Inge en mij de moeite waard om even uit te checken wat zo’n authentiek Hongaars dorpje dan precies inhoudt. Bij aankomst in Sic lijkt het of het dorp helemaal uitgestorven is, maar na een uurtje zwerven door de kleurrijke straatjes van Sic ontdekken we bij de school toch een stuk of dertig in traditioneel kostuum geklede vrouwen die o.a. laarzen en zelfgeweven kleedjes met Hongaarse motieven proberen te verkopen aan, naar later blijkt, de cursisten van het jaarlijks in Sic gehouden dans- en muziekkamp. Op die manier proberen de vrouwen een centje bij te verdienen, bovenop hun toch al lage loon of pensioen. Toeristen komen hier nog steeds weinig, zoals bijna overal in Roemenië. De Nederlander Michel van Langeveld, die in het dorp woont, organiseert hier workshops traditionele dans, en lessen ‘hoe speel ik authentieke Hongaarse-zigeunermuziek’. Van Langeveld heeft tevens de oude Táncház van Sic gekocht en gerestaureerd, en heeft daarvan een museum gemaakt, om zo te proberen het culturele erfgoed van Sic voor het nageslacht te bewaren.

Voor de muzieklessen gaat men te rade bij de ‘primas’ (eerste violist in een Hongaarse zigeunerband) in de mini zigeuner-mahala aan de rand van het dorp. Ik krijg echter de indruk dat de workshop-studenten, die we die dag horen oefenen in één van de twee café’s die het dorp rijk is, nog een lange weg te gaan hebben voordat ze het niveau van een primas zullen hebben bereikt (…) Sic heeft het in zich om uit te groeien tot het Metsovon (ook zo’n authentiek – en tegenwoordig super-toeristisch – folkloredorp in Griekenland) van Roemenië, maar hopelijk loopt het niet zo’n vaart.

Omdat we dit soort folklore wel kennen besluiten we de dag erop op de bonnefooi een willekeurig dorp in de omgeving te bezoeken. Als we het dorp Suatu binnenlopen worden we door de boerenbevolking in eerste instantie met argusogen gadegeslagen, vreemdelingen zijn ze hier niet zo gewend. Ook in Suatu leven voornamelijk Hongaren, en de bevolking laat geen moment onbenut om ons daarvan op de hoogte te stellen. Tijdens de gesprekken die wij in steenkolen-Roemeens proberen aan te knopen valt voordurend het woord Magyarska (of iets dergelijks), daarmee aangevend dat onze gesprekspartners van Hongaarse afkomst zijn.

Het straatbeeld van Suatu ziet er filmisch-idyllisch en on-europees uit. Zelfvoorzienende boerenbedrijfjes met rommelige boerenerfjes (men onderhoudt alleen zichzelf en vrienden in de directe omgeving), luidruchtige groepjes ganzen die continu in alarmfase één lijken te verkeren, loslopende geiten, koeien op landerijen zonder afrastering die bij het vallen van de avond perfect de weg naar huis weten te vinden (die koeien zijn zo dom nog niet), hele families op paard en wagen, en onbedorven natuurschoon in de omgeving. Het ene politiebureau dat het dorp rijk is detoneert enigzins in zo’n omgeving, je gaat je bijna afvragen waar dat politiebureau nou precies voor nodig is…

Na een tijdje rondzwerven in het dorp en bier drinken in één van de twee lokale café’s, annex kruideniers, verloopt het contact met de bevolking wat makkelijker en blijkt men buitengewoon vriendelijk en gastvrij te zijn. Men nodigt ons meer dan eens uit om in hun boerderijtjes een glaasje (of meer … ) ţuica (Roemeense pruimenbrandewijn) te drinken, en wat gezouten varkensspek op brood te eten. Zodoende komen we te weten dat zo’n boerenbestaan hard werken geblazen moet zijn (geen verrassing natuurlijk), getuige het feit dat meneer en mevrouw Domokos, die ons uitnodigen, beiden in de tachtig jaar oud zijn, en nog steeds zo hun boerenbeslommeringen hebben. Meneer werkt op het land, en brengt de maïs naar de boerderij met zijn paard en wagen, waar mevrouw de boel staat te dorsen als we het erf betreden. Het pensioen wat deze mensen krijgen is blijkbaar niet genoeg voor een ‘rustige oude dag’.

De Roemenen in het noorden zijn nog diep religieus. Op 15 Augustus, tijdens de Orthodoxe en Katholieke feestdag Maria-Tenhemelopneming, worden overal in Roemenië bedevaarten gehouden, met name in Moisei en Nicula waar honderdduizenden mensen op af komen. Men bivakkeert daar bij het klooster, en kruipt dan ’s nachts op handen en voeten rond de kerk, dat soort merkwaardige taferelen. Jammer genoeg hebben wij de nachtelijke gebeurtenissen in Nicula niet kunnen vastleggen, op de 15e blijkt iedereen al op de terugweg vanuit het klooster, en moeten duizenden mensen, inmiddels voorzien van allerlei religieuze souveniers, met veel geduw en getrek zo snel mogelijk in een eindeloze stroom bussen worden gepropt, om daarna met z’n allen op treinen richting Cluj te stappen. Tja, je moet er wél wat voor over hebben, zo’n bedevaart…

Klik hier voor de fotoserie…

Plaats een reactie

Je email wordt nooit gepubliceerd of gedeeld.
(verplicht)
(verplicht)
(verplicht)

(Ik behoud me het recht voor om onzin reacties zonder opgaaf van redenen te verwijderen...)