Filmische impressie (23 minuten) van de zigeunerbedevaart in Les Saintes-Maries de la Mèr, in zuid Frankrijk, met veel live flamenco en rumba gitana muziek.
Les Saintes Maries de la Mèr is een dorp in de moerasdelta Camargue in het zuiden van Frankrijk. Het inwonertal is +/- 2500, en zwelt in het toeristenseizoen aan tot zo’n 50.000.
Elk jaar worden daar op 24 en 25 Mei twee katholieke processies gehouden, waarvan de eerste wordt bijgewoond door duizenden Kalé Gitans en Manouches. Ze komen voornamelijk uit Spanje, Frankrijk en België afgereisd. In Stes Maries staat in een crypte een houten beeld met negroïde uiterlijk, die een heilige dienstmeid uit Egypte moet voorstellen. Deze “Sara e Kali” is de zwarte beschermheilige van de Roma (zigeuners) in West Europa. (Maar gezien de recente ontruimingen van Roma kampen in Frankrijk door Sarközy denk ik dat deze Sint Sarah tegenwoordig andere heiligheden aan haar hoofd heeft). Het beeld wordt uit de crypte gehaald en in een processie naar de zee gedragen, begeleid door Gitans, Gardiens (bejaarde cowboys) op Camargue-paarden, en hordes toeristen. Dit gebeuren wordt overigens niet erkend door het Vaticaan en volgens Roma schrijver Ronald Lee is dit een Indiaas ritueel dat in een christelijk jasje is gegoten door de Gitans.
Vroeger, tot in de jaren zeventig, kwamen de Spaanse zigeuners hier nog naartoe in houten roulottes (pipo wagens). Toeristen waren er toen bijna niet, de Gitans droegen nog traditionele kledij en de kinderen hadden vieze gescheurde kleren, vervilt haar en snottebellen. Als ik tenminste de foto-expositie moet geloven die ik bij het toeristenburo van Stes Maries zag, waarin nogal wat Roma kinderen op die manier werden geportretteerd. Tegenwoordig komen ze bij duizenden in superdeluxe campers en caravans. Hun kinderen dragen schone kleren, kunnen de hele dag cola drinken en hamburgers eten, en hebben tegenwoordig allemaal een mobieltje of smartphone. Dat gaat dus de goed kant op.
De Gitans zijn reeds een week voordat de processie plaatsvindt aanwezig, en transformeren het dorp in een grote camping. Rondreizen doen Gitans nog maar zelden. De trip naar Stes Maries is het zigeuner equivalent van een korte vakantie met het hele gezin. De hele week wordt er gefeest, gegeten, gedronken en door de meer gelovig aangelegde Gitans gebeden. Op de zigeunermarkt kun je goedkope rommel kopen, kleding, huishoudelijke zooi, CD’s, gegraveerde zakmessen etc. Een relatief nieuw fenomeen zijn de Roemeense muzikanten die behoorlijk populair zijn bij de toeristen, en hun best doen om tussen de bedrijven door wat damestoeristen te versieren. Er wordt veel in de kroegen en restaurants gemusiceerd door flamenco gitaristen die Rumba Flamenca ofwel Rumba Gitana ten gehore brengen, de stijl van de streek. Ook Manitas de Plata, semi-flamenco gitarist van wereldfaam, komt steevast opdagen en doet ‘s avonds een optreden in een van de restaurants. Overdag heeft hij het druk met zijn sterstatus te bevestigen door handtekeningen uit te delen.
Ergens aan het Étang des Launes, het meer dat aan het dorpje grenst en waar een hele sliert caravans langs staat opgesteld, wordt ieder jaar het laatste nog overgebleven kampvuur gehouden. Weliswaar wordt de ervaring ook hier versneden met de aanwezigheid van wat toeristen, maar die zie je niet goed in het donker, dus ademt alles nog een redelijk authentieke sfeer. Bij het kampvuur speelt soms Ricao, een lokale zigeuner-singer-songwriter grootheid, en familie van Manitas de Plata. Het is niet altijd duidelijk of Ricao nu wel of niet gaat spelen, omdat hij alleen speelt als hij daar zin in heeft. Hij houdt de spanning er dus een beetje in, en voordat het feest gaat beginnen proberen mensen te weten te komen of Ricao in zijn caravan zijn nagels al aan het bijvijlen is. Ik had mazzel, want deze keer bleek Ricao in een goeie bui en gaf samen met Ramucho – een andere lokale grootheid – en nog 2 andere gitaristen een fantastisch concert weg dat me nog lang zal bijblijven.
Klik hier om het filmpje (23 minuten) te bekijken…
Klik hier om de preview te bekijken…
Klik hier om de fotoserie te bekijken…

In
Een dag later komen wij wat feestende Roma op straat tegen. Meteen wordt ons Rakija aangeboden. Sterk spul, die Rakija. Twee kleine glaasjes en je bent al in de lorem. Even later staat er alsof ze uit het niets kwamen een Rom-bandje (foto) te spelen. Twee accordeonisten, één trommelaar en een ontzettend schele, en daarom fotgenieke, saxofonist.
In Shutka spreekt de helft van de inwoners vloeiend Duits, gastarbeiders. Met het geld dat ze in Duitsland hebben verdiend hebben ze hier kasten van huizen kunnen bouwen, en als je dan twee straten verder loopt is het ineens weer alsof je in een derde wereld sloppenwijk loopt, kinderen met haar als touw die allemaal op de foto willen, modderige straatjes en hier en daar iemand die dronken voor z’n krotwoning zit. Arme drommels. (op de foto hiernaast de hoofdstraat annex markt van Shutka)
Het verschil tussen Macedonië en Griekenland komt duidelijk naar voren in de prijzen. Macedonië is straatarm en spotgoedkoop, Griekenland is sinds de invoering van de euro behoorlijk duur geworden, en het geld vliegt m’n zak uit. Dat doet me besluiten om zo snel mogelijk via Xanthi (met een mooie oude Turkse wijk) in Grieks-Thracië naar Istanbul door te stomen. Aan de grens met Turkije moest ik voor 10 Euro een visum kopen, terwijl in mijn boekje staat dat Hollanders geen visum nodig hebben voor
‘Arriving in İstanbul comes as a shock’, heb ik eens ergens gelezen, en dat is niets teveel gezegd. Het is hier werkelijk on-ge-lo-fe-lijk druk. Oversteken op een straat breder dan tien meter is pure zelfmoord, vanwege de continue stroom verkeer. Bussen en trams/metro’s zijn echt ‘packed to the gills’. İstiklal Caddesi, het hart van İstanbul is elke dag tien keer drukker dan de Coolsingel op Zaterdag. Er zijn hier restaurantstraten (Çiçek Pasaj en omgeving) met werkelijk honderden restaurants die rond een uur of tien ‘s avonds helemaal afgeladen zijn. De Overdekte Bazaar telt ongeveer 1500 winkels. Ik ben aardig wat gewend, (Athene, Napoli, Palermo), maar dit is toch wel een paar graadjes erger.
De bezienswaardigheden heb ik 11 jaar geleden al eens gezien, dus ik loop voornamelijk een beetje rond te wandelen en probeer het een beetje rustig aan te doen voorzover dat in deze mierenhoop van 12 tot 16 miljoen mensen mogelijk is. Ook heb ik een nieuwe Cümbüş (instrument op de foto) gekocht, een gefrette versie met gegraveerde body, inclusief 2 sets snaren en extra draagtas voor de spotprijs van 150 miljoen Lira (80 Euro). İstanbul is erg goedkoop, een broodje op straat kost slechts 1 miljoen Lira 

