Sinds 1961 wordt in het gehucht Guča, in midden Servië, het Sabor Trompetfestival gehouden. De eerste editie was een kleinschalige competitie waar slecht 4 blazers-orkesten aan deelnamen, scherp in de gaten gehouden door de toenmalige communistische autoriteiten, die niet veel op hadden met deze subversieve activiteiten. De laatste twintig jaar is het festival uitgegroeid tot een door biergiganten gesponsord megafestijn, een van de grootste in Europa.

De ‘Duvački Orkestri’ (koperblaasorkesten) bestaan voor het merendeel uit Roma-muzikanten uit de omgeving van Vranje in Zuid Servië. Tijdens een parade lopen ook wat blanke orkesten mee, maar orkesten van gemengde etnische samenstelling zijn ver te zoeken. Een afspiegeling van de dagelijkse realiteit: de Roma leven hier, zoals bijna overal in de Balkan, gescheiden van de ‘autochtone’ bevolking, meestal onder beroerde omstandigheden.

Wie naar Guča komt voor subtiele klanken is aan het verkeerde adres. De Roma spelen voornamelijk Čočeks (buikdansmuziek) en Kolo’s (de Servische versie van hoempa), op verzoek van de Servische feestgangers. Dat betekent dat je de hele dag tot in den treure dezelfde high-energy krakers van Orkestar Bobana Markovića en coryfee Goran Bregović te horen krijgt.

Een deel van de orkesten doet mee aan de competitie in het voetbalstadion, en veel orkesten schuimen tot vroeg in de ochtend ook de kroegen af om zoveel mogelijk geld binnen te halen. De vele buitenlandse toeristen dokken gemakkelijk twintig euro of meer voor een kwartiertje toeteren, niet wetende dat twee euro ook wel genoeg zou zijn. Ook de Roma vrouwen en -kinderen proberen een graantje mee te pikken. De vrouwen dansen voor geld, en de kinderen playbacken al bedelend met hun speelgoed-instrumenten op de klanken van de gevorderde muzikanten.

In het voetbalstadion gaf Bregović in 2007 met een afgeslankte versie van zijn ‘Tales and Songs for Weddings and Funerals Band’ een concert, getiteld ‘Alcohol’. Bregović heeft de Servische trompetmuziek in de jaren 90 een nieuwe impuls gegeven, door oude Folk- en Romani thema’s in een nieuw jasje te steken, en door middel van uitgekiende (over)productie de muziek een ‘rock and dance’ feel mee te geven. Tegelijkertijd paste hij wat creatieve broodroof toe, door zich de traditionele folk-melodieën middels copyright toe te eigenen, waardoor de Roma deze muziek niet meer zomaar mogen opnemen en verkopen. Het gratis concert wordt niet bezocht door de Roma, die in het dorp in de kroegen aan het spelen zijn. Zij zijn ook helemaal niet geïnteresseerd in de man die met hun hits geld staat te verdienen.

Het Servische nationalisme komt ook aan de oppervlakte tijdens het Guča festival: Sommige mensen hijsen zich voor de gelegenheid in een militaire outfit. Het Servische folklore kostuum – olijfgroene drollenvangers en Četnik petten – ziet er in mijn ogen ook nogal militair uit. Clubjes jongeren met Četnik petjes op staan tot ‘s ochtends vroeg in de kroegen nationalistische liederen te lallen. Er worden nog steeds t-shirts verkocht met daarop de portretten van Mladić of Karadzić (Mladić lijkt favoriet), de Bosnische Serviërs die verantwoordelijk worden gehouden voor de genocide op 8000 moslims in Srebrenica, en die hier nog steeds als ‘Srpski Heroj’ (Servische Held) worden gezien.