Слики од Македониа: Скопје, Шутка, Прилеп, Крушево, Битола, Охрид, Струга, Свети Наум, Горна Белица, и Тетово. Повеќе...

Macedonië is een klein Balkan staatje dat vroeger een van de deelrepublieken van Joegoslavië was. In Nederland horen we er niet veel over, en mensen weten vaak niet waar het ligt. Sinds 2004 ben ik een aantal keer afgereisd naar die contreien, maar ik ben eigenlijk nooit veel verder gekomen dan de hoofdstad Skopje, de Roma-buitenwijk Shutka in Skopje, en Prilep in centraal Macedonië. Daarom besloot ik nu maar eens wat extra materiaal bij elkaar te fotograferen in centraal en westelijk Macedonië, op de route Skopje, Prilep, Krushevo, Bitola, Sveti Naum, Ohrid, Struga, Gorna Belitsa, Gostivar, Tetovo, en weer terug naar Skopje.

“Skopje is gek geworden” informeerde een ober mij. Het zou zomaar kunnen dat hij op Skopje 2014 doelde, een merkwaardig bouwproject om het stoffige aanzien van de stad op te vijzelen. Meer dan 120 potsierlijke beelden van voor het merendeel ‘Macedonische helden’, die soms een miljoen euro per stuk hebben gekost, worden in het centrum geplaatst. Langs de Vardar rivier worden enorme classicistische gebouwen neergezet, sommige voorzien van enorme Grieks Korintische zuilen. Op het centrale plein staat in het midden van een enorme fontein een 24m hoge zuil met daarop een ‘Krijger te Paard’ die onofficieel Alexander de Grote moet voorstellen. De kosten van het project worden geheimgehouden, maar schattingen lopen uiteen van 100 tot 350 miljoen euro, en het cijfer wordt regelmatig naar boven bijgesteld.

“Ik ben er niet op tegen, het zal toeristen lokken”, zei een Roma me over het project. Hij woont in Shutka, de armoedige zigeunerwijk, door hem omschreven als “alles in de wijk waar ik woon is afval, zelfs de mensen zijn hier afval”. Deze zomer was er een langdurige hittegolf in Macedonië, met temperaturen tot 45 graden. Dat is in Skopje, gelegen in een langgerekt dal aan de Vardar rivier, extra goed te merken. Daardoor was er in Shutka al drie maanden geen goede waterdruk meer, waardoor het water met trucks moest worden aangevoerd door de gemeente. Tegelijkertijd spoot de Alexanderfontein in het stadscentrum de hele zomer vrolijk door.

In Macedonië bestaat de bevolking voor 65% Orthodox Christelijke Macedoniërs, tegenover 25% Islamitische Albanezen. In het stadje Tetovo, dicht bij de grens met Albanië, zijn de Albanezen in de meerderheid. Tetovo is bij binnenkomst een grimmig uitziende stad, chaotisch en vies, met op de achtergrond de indrukwekkende Sharr bergen. Het oude stadsdeel is zoals meestal in Macedonië een gezellige bazaarwijk. Tetovo heeft een aantal belangrijke monumenten zoals een erg mooie ‘beschilderde moskee’ die momenteel wordt gerenoveerd met Amerikaans geld. Ook heeft Tetovo de grootste ‘tekke’ in de Balkan. Een tekke is een soort Islamitisch klooster. Helaas is deze tekke behoorlijk in verval, sommige delen staan zo ongeveer op instorten, en ook de aangrenzende grote Islamitische begraafplaats is door onkruid overwoekerd. Dat is ongetwijfeld voor een deel te wijten aan het feit dat het Albanese deel van het land, en met name Tetovo, weinig financiële steun van de Macedonische regering schijnt te krijgen.

Het hoogst gelegen bergdorp van Macedonië heet Krushevo, en wordt door Macedoniërs nog verder de hemel in geprezen. In 1903 mislukte hier de Macedonische rebellenopstand tegen de Ottomaanse overheersers waarop laastgenoemden het dorp volledig platbrandden. Deze mislukte opstand wordt gek genoeg ieder jaar op 2 Augustus gevierd, het zogenaamde ‘Ilinden’ feest. Gekostumeerde Macedoniërs op paarden doen dan een soort reënactment battle van de slag in 1903. Dat leek me wel een aardig schouwspel, dus op 2 Augustus was ik er ook. De battle heb ik echter gemist omdat ik bij aankomst precies de verkeerde richting uit liep, naar het Ilinden monument, een betonnen constructie uit het communistische tijdperk, dat er uitziet als een Star-Trek decorstuk van papier-mâché uit de jaren zeventig. Tegen de tijd dat ik in de gaten had dat ik 5km uit de buurt was van waar ik eigenlijk had moeten zijn kwamen de eerste rebellen alweer terug van het slagveld.

Het Ohrid meer, een van de oudste en diepste meren van Europa, was tot 1992 enorm in trek bij toeristen, vooral Nederlandse toeristen. Aan de oever van het meer ligt het idyllisch gelegen stadje Ohrid dat op de UNESCO werelderfgoedlijst staat. De Nederlandse schrijver A. den Doolaard, die wat boeken schreef over zijn omzwervingen op de Balkan, heeft in de dertiger jaren een tijdje in het stadje gewoond. Het toerisme naar Ohrid is na 1992 volledig ingestort vanwege de oorlog in Bosnië-Hercegovina, ondanks het feit dat die oorlog op 400km afstand naar het noorden woedde en Macedonië daar helemaal niets mee te maken had. Ohrid was zo’n 15 jaar bij toeristen uit de gratie, maar sinds een tijdje lopen de zaken voor de Ohridenaren weer stukken beter, getuige de drommen toeristen die ik er aantrof.